|
Bij de bouw
werd echter gebruik gemaakt van veel ouder pijpmateriaal,
nl. van P. de Swart (1582) en van A.Bosch (1677/79). Veel
van dit, kwalitatief goede, pijpwerk is nog in het
instrument aanwezig.In de jaren
1960-1962 zijn tijdens de kerkrestauratie ingrijpende
veranderingen aan het instrument aangebracht. Men trachte
(geheel volgens de opvattingen van die tijd) meer
(neo-)barokke kenmerken in het orgel op te nemen.
Pijpwerk werd verschoven, ingekort, registers werden
vervangen en het VEKA-sleep- ladensysteem werd aangebracht.
In de jaren
'60, '70 en '80 veroorzaakten de doorgevoerde wijzigingen
steeds meer problemen en werden er verschillende
oplossingen uitgedacht. In nauwe samenwerking met
Monumentenzorg en de Orgelcommissie der Nederlands
Hervormde Kerk werd uiteindelijk besloten tijdens de
kerkrestauratie van 1988/1989 ook het orgel te
restaureren.
Als
uitgangspunt werd gekozen voor de situatie van 1854, de
oplevering van het door de rotterdamse orgelbouwer Kam
vervaardigde instrument. Bovendien werd besloten het
orgel uit te breiden met een zelfstandig pedaal, een
reeds lang gekoesterde wens van menig organist. De
werkzaamheden werden door orgel-bouwer Pels&Van
Leeuwen uitgevoerd.
|