Orgel Catharijne
Start Inhoudsopgave Kerkblad Catharijnekerk Gemeente Kerk & samenleving Kerkdiensten Actueel
 

Omhoog
Orgel CD 

Het Kam-orgel (1854) in de Sint Catharijne-kerk te Brielle

                                                  Het Kam-orgel in de Sint Catharijnekerk te Brielle werd gebouwd in 1854.

Interieur St. Catharijnekerk; uitzicht op het Kam-orgel

Bij de bouw werd echter gebruik gemaakt van veel ouder pijpmateriaal, nl. van P. de Swart (1582) en van A.Bosch (1677/79). Veel van dit, kwalitatief goede, pijpwerk is nog in het instrument aanwezig.In de jaren 1960-1962 zijn tijdens de kerkrestauratie ingrijpende veranderingen aan het instrument aangebracht. Men trachte (geheel volgens de opvattingen van die tijd) meer (neo-)barokke kenmerken in het orgel op te nemen. Pijpwerk werd verschoven, ingekort, registers werden vervangen en het VEKA-sleep- ladensysteem werd aangebracht.

In de jaren '60, '70 en '80 veroorzaakten de doorgevoerde wijzigingen steeds meer problemen en werden er verschillende oplossingen uitgedacht. In nauwe samenwerking met Monumentenzorg en de Orgelcommissie der Nederlands Hervormde Kerk werd uiteindelijk besloten tijdens de kerkrestauratie van 1988/1989 ook het orgel te restaureren.

Als uitgangspunt werd gekozen voor de situatie van 1854, de oplevering van het door de rotterdamse orgelbouwer Kam vervaardigde instrument. Bovendien werd besloten het orgel uit te breiden met een zelfstandig pedaal, een reeds lang gekoesterde wens van menig organist. De werkzaamheden werden door orgel-bouwer Pels&Van Leeuwen uitgevoerd.

De huidige dispositie (21 registers, verdeeld over 2 manualen en pedaal) luidt als volgt :

Hoofdwerk

C-f'''

Bovenwerk

C-f'''

Pedaal

C-d'

Bourdon

16'

Holpijp

8'

Subbas

16'

Prestant

8'

Baardpijp

8'

Octaaf

8'

Roerfluit

8'

Viola di Gamba

8'

Bazuin

16'

Octaaf

4'

Prestant

4'

Trompet

8'

Roerfluit

4'

Open Fluit

4'

 

 

Quint

3'

Gemshoorn

2'

Koppelingen

 

Octaaf

2'

Eoline

8'

HW+BW

 

Cornet

V

 

 

Ped+HW

 

Mixtuur

III-IV

 

 

Ped+BW

 

Trompet

8'

+tremulant

 

 

 

Er zijn 2 CD's beschikbaar, waarop het orgel uitgebreid te beluisteren is. Voor meer details hierover, klik hier.


Het ‘Kam-orgel’ in de Sint Catharijnekerk
 

Zowel de restauratie van het mechaniek (bewegende onderdelen), de herstelwerkzaamheden aan het pijpwerk als ook het intoneren van de pijpen waren op 24 september 2010 een feit, ook de orgelkas is ‘getooid’ en wel met een vernieuwde uitstraling, een blikvanger in de kerk.
Zeer gespecialiseerde restauratieschilders hebben de lak en het goud verguldwerk prachtig gerestaureerd.
Op zondag 26 september 2010 nam de Protestantse gem. Sint Catharijne het orgel liturgisch opnieuw in gebruik. 

Meer over het instrument.
‘Het orgel’, een instrument dat eeuwen lang een ‘eigen’ ontwikkeling heeft gekend was in de begintijd een minutieus portatief; een klein tafelklaviertje van ongeveer21 toetsen, dat met enkel de rechterhand werd bespeeld terwijl de bespeler zelf, met  de linkerhand al pompend, zoals gebeurd bij het aanblazen van een openhaard, de wind in een kanaal onder de pijpen blies.
Later, wanneer de meerstemmige zang zich ontwikkelde, eerst nog op basis van de bekende canon, ontstonden ook akkoorden, met drie tonen tegelijk! Deze akkoorden werden gespeeld met de linkerhand, onder iedere melodietoon één.
Op deze wijze ontwikkelde zich door de eeuwen de 4 stemmige klaviermuziek, later uitgebreid met een bastoon, gespeeld met de voet(en), op houten latten; de pedalen.
Het orgel ontwikkelde zich naast een kerkelijk gebruik ook als een maatschappelijk statussymbool, b.v. in grotere steden als Haarlem en Amsterdam werden door het stadsbestuur grote orgels gebouwd, deze instrumenten werden bespeeld door organisten wanneer er b.v. markt was, zoals heden ook met de bespelingen van de beiaard in Brielle nog het geval is.
Menige stad bepaalde hiermee haar uitstraling, de handelsgeest en trots t.a.v. andere steden.
De Brielse Dom is met de stad, door o.a. verzanding van de Maasmond, nooit in die verleiding gekomen maar armlastigheid werd eerder haar lot. Zo ook slaat dit op de orgelstand van onze binnenstadse kerken. Stond er in de Pieterskerk aldoor nog een parmantig orgel, de Catharijnekerk is door de meeste jaren heen niet echt van stadse orgels voorzien en een maatschappelijke status al helemaal niet, een stadsorganist hebben we in Brielle nimmer gekend, wel een stadsbeiaardier!
Toch kennen we vanuit de 15e en 16e eeuw een bescheiden orgelpracht in de Catharijnekerk, een volwaardig orgel van de orgelmaker Duyschot pronkte tegen het gewelf van de zuidbeuk, boven de ingang bij de consistoriekamer, waarschijnlijk stond in die hoek ook het koor van de kerk, die toen nog Rooms was.
Het hoofdaltaar dat men gebruikte stond waar nu ons orgel is geplaatst, de z.g. oostwand.
De overgang naar het Protestantisme verklaart de nieuwe plaats voor het orgel; tegen de torenwand, waar op dat moment als scheiding tussen toren en kerk een houten wand was aangebracht, dat we nu kennen als het ‘Tien gebodenbord’.
In 1854 bouwde de toen bekende Rotterdamse orgelmaker, Willem Hendrik Kam, een nieuw orgel voor de Sint Catharijnekerk, maar de stad was nog steeds arm en de kerk waarschijnlijk ook, want het orgel werd een compromisbouw, oude pijpen van vroegere orgels uit de kerk werden opnieuw gebruikt, en voor zover er geld was, vervaardigde orgelmaker Kam er nieuwe pijpen bij tot een acceptabel instrument, dat de grote ruimte net beheerste. Willem Hendrik Kam maakte een Classicistisch Hollands orgel, nauwelijks groot genoeg voor de ruimte maar met een voornaam geluid, zelfs zonder vrij pedaal.
Niemand zal op dat moment vermoed hebben dat, ondanks de geringe betaalkracht van stad en kerk Kam toch een orgel maakte dat de toets der kritiek ruimschoots doorstond. Zelfs het oude pijpwerk, van geheel ander makelij en bestemd voor volstrekt andere orgels maakte hij tot een orkestraal instrument, het geheel pleit voor het vakmanschap van orgelmaker Kam.
Groot waren de overpeinzingen die gaandeweg ontstonden na de desastreuze verbouwing in de zestiger jaren van de vorige eeuw; tijdens de grote restauratie van de kerk tussen 1958 en 1961 is het orgel, inclusief het Tien gebodenbord verhuisd naar de Oostwand; ‘de kerk moest dankzij de restauratie vooral lichter worden!
Het orgel viel ten prooi aan de trendy van de tijd: de z.g. ‘Neo Barokkisering’, zo werd dat genoemd, een onbaatzuchtig begrip waar veel historische orgels aan ten prooi vielen. Daar waar het karakter van het Catharijne-orgel al tweeslachtig was, werd het tussen 1961 en 1963 geheel ‘omgebouwd’ tot een orgel met een meer heldere/scherp klankidioom en nieuwe registers uit de oude samengesteld. Men zou nu kunnen zeggen dat een z.g. ‘ethisch reveil’ tégen de verbouw op zijn plaats geweest zou zijn. Zonder verder op technische zaken rond de vermeende verbouw uit de zestiger jaren in te gaan kunnen we vaststellen dat in 1989 heel veel naar het beeld en vervaardiging van W. H. Kam terug gerestaureerd is. De vermaakte registers werden op hun plaats terug gebracht en de toegevoegde technische zaken uit 1963 ongedaan gemaakt; het orgel werd weer een beetje Kam’s orgel.  Al weer bepaalde de krappe geldwerving de status waarin het orgel werd hersteld. Men zou nog tot september 2010 moeten wachten voordat echt 100% van het instrument teruggebracht zou kunnen worden naar de geest van orgelmaker Kam!
Nu, in 2009 en 2010, is met de restauratiewetenschappen van deze tijd en de uitstekende outillage van de orgelmakers en op basis van vergelijk en historisch besef het orgel wis en waarachtig weer een Kam instrument, terug gerestaureerd door orgelmakers, voor wie het meer dan een inspiratiebron was om het restauratiewerk nauwgezet en met muzikale precisie te voltooien en het Klassieke Hollandse karakter weer te doen herleven.
Het orgel heeft nog steeds de denkbeeldige uitstraling als moest er, toen Kam het vervaardigde een z.g. Rugwerk voor gebouwd worden, de verhoogde ‘onderkas’ (dus geen kast!) toont deze optie geheel. Een Rugwerk, waar de organist bijna letterlijk met de rug naar toe zit, wordt ook wel een positief genoemd, een kleiner orgel vóór het grotere (hoofd)orgel. Het positief is altijd voorzien van toonbepalende soloregisters die éénstemmig gebruikt werden om de forse gemeentezang solistisch te begeleiden! Vergelijkbare orgels in dito kerken zijn te vinden in o.a. Weesp en Harderwijk.
Doch, ook zonder dit Rugwerk mogen we stellen dat het ‘Kam-orgel’ een kathedrale toonuitstraling (terug) heeft. De stoere toonvorming, destijds aangewend om de noeste gemeentezang van Brieles kerkgangers te ondersteunen, de zang was, doorgaans lang, langzaam en hard, is dankzij de geheel nieuwe- en naar orgelmaker Kam gestileerde windvoorziening krachtig genoeg om het instrument vanuit iedere plaats en hoek van de kerk naar behoren te beluisteren!
In het classicistisch Hollandse karakter van het instrument horen we een diversiteit aan soorten geluid, van zeer donkere zware grondtonen tot boventoonrijke glanzende stemmen, het geeft een zeer rijk palet aan mogelijkheden voor de bespeler, om bij gelegenheden de juiste tonatie en sfeer te bepalen..Vooral de draagkracht van de tonen zal de vaste luisteraars van het orgel moeten opvallen. Het type orgelbouw, als het Kam-orgel, geeft door specifieke registers al aan dat de orgelbouw half in de 19e eeuw beïnvloed werd door de modieuze opkomst van de symfonieorkesten, in heuse concertzalen, vanuit Frankrijk ook hier in Amsterdam, ’s Gravenhage en Rotterdam. B.v. het werkelijk schitterend gerestaureerde register, ‘Eoline’ is een waardige vertegenwoordiger uit het symfonieorkest, vgl. het met een romantische hobo!
Alle 54 pijpen van deze Eoline, op iedere toets een pijp, zijn door de orgelmaker van binnen, waar de toon ontstaat, belederd. Hierdoor is de toon ronder- en romantischer geintoneerd, geheel volgens Kam zijn orgelmakersfilosofie!
Vanuit de organist (bespeler) geredeneerd, zal hij/zij het authentieke instrument weer moeten herontdekken; nu alle registers en andere onderdelen met eigentijdse middelen optimaal zijn teruggebracht is het bespelen geen zaak van: - ‘de oude draad weer oppakken en verder spelen!’ -  integendeel, de bespeler zal opnieuw al onderzoekend de juiste registraties moeten ontdekken en meer vanuit het instrument keuzes maken in registraties, dus welke registercombinaties horen bij welk soort orgelmuziek.
Een vreemde organist die hier een concert zal geven is niet voor niets een lange dag werkzaam om het instrument te ondervinden zodat hij/zij de compositie met de juiste registraties uitvoert.
De 21 registers van het tamelijk kleine Kam-orgel zijn zo fraai dat het bijkans mogelijk is zelfs met slechts één register op zich te spelen! Kort om, gezegd mag worden dat nu eindelijk, ook in Brielle de aloude volwaardige orgelcultuur, betreft het instrument hervonden is, zodat zij ook met zo een schitterend instrument vernieuwd mag worden.

De 21 sprekende registers zullen hun volwassen toonspectrum in een glansrol de tijd doorstaan! 

Willem Chr. Meyboom

organist, Sint Catharijnekerk