|
Het ‘Kam-orgel’ in de Sint Catharijnekerk
Zowel de restauratie van het mechaniek (bewegende
onderdelen), de herstelwerkzaamheden aan het pijpwerk als ook het intoneren
van de pijpen waren op 24 september 2010 een feit, ook de orgelkas is
‘getooid’ en wel met een vernieuwde uitstraling, een blikvanger in de kerk.
Zeer gespecialiseerde restauratieschilders hebben de lak en het goud
verguldwerk prachtig gerestaureerd.
Op zondag 26 september 2010 nam de Protestantse gem. Sint Catharijne
het orgel liturgisch opnieuw in gebruik.
Meer over het instrument.
‘Het orgel’, een instrument dat eeuwen lang een ‘eigen’ ontwikkeling heeft
gekend was in de begintijd een minutieus portatief; een klein
tafelklaviertje van ongeveer21 toetsen, dat met enkel de rechterhand werd
bespeeld terwijl de bespeler zelf, met de linkerhand al pompend, zoals
gebeurd bij het aanblazen van een openhaard, de wind in een kanaal onder de
pijpen blies.
Later, wanneer de meerstemmige zang zich ontwikkelde, eerst nog op basis van
de bekende canon, ontstonden ook akkoorden, met drie tonen tegelijk! Deze
akkoorden werden gespeeld met de linkerhand, onder iedere melodietoon één.
Op deze wijze ontwikkelde zich door de eeuwen de 4 stemmige klaviermuziek,
later uitgebreid met een bastoon, gespeeld met de voet(en), op houten
latten; de pedalen.
Het orgel ontwikkelde zich naast een kerkelijk gebruik ook als een
maatschappelijk statussymbool, b.v. in grotere steden als Haarlem en
Amsterdam werden door het stadsbestuur grote orgels gebouwd, deze
instrumenten werden bespeeld door organisten wanneer er b.v. markt was,
zoals heden ook met de bespelingen van de beiaard in Brielle nog het geval
is.
Menige stad bepaalde hiermee haar uitstraling, de handelsgeest en trots
t.a.v. andere steden.
De Brielse Dom is met de stad, door o.a. verzanding van de Maasmond, nooit
in die verleiding gekomen maar armlastigheid werd eerder haar lot. Zo ook
slaat dit op de orgelstand van onze binnenstadse kerken. Stond er in de
Pieterskerk aldoor nog een parmantig orgel, de Catharijnekerk is door de
meeste jaren heen niet echt van stadse orgels voorzien en een
maatschappelijke status al helemaal niet, een stadsorganist hebben we in
Brielle nimmer gekend, wel een stadsbeiaardier!
Toch kennen we vanuit de 15e en 16e eeuw een
bescheiden orgelpracht in de Catharijnekerk, een volwaardig orgel van de
orgelmaker Duyschot pronkte tegen het gewelf van de zuidbeuk, boven de
ingang bij de consistoriekamer, waarschijnlijk stond in die hoek ook het
koor van de kerk, die toen nog Rooms was.
Het hoofdaltaar dat men gebruikte stond waar nu ons orgel is geplaatst, de
z.g. oostwand.
De overgang naar het Protestantisme verklaart de nieuwe plaats voor het
orgel; tegen de torenwand, waar op dat moment als scheiding tussen toren en
kerk een houten wand was aangebracht, dat we nu kennen als het ‘Tien
gebodenbord’.
In 1854 bouwde de toen bekende Rotterdamse orgelmaker, Willem Hendrik Kam,
een nieuw orgel voor de Sint Catharijnekerk, maar de stad was nog steeds arm
en de kerk waarschijnlijk ook, want het orgel werd een compromisbouw, oude
pijpen van vroegere orgels uit de kerk werden opnieuw gebruikt, en voor
zover er geld was, vervaardigde orgelmaker Kam er nieuwe pijpen bij tot een
acceptabel instrument, dat de grote ruimte net beheerste. Willem Hendrik Kam
maakte een Classicistisch Hollands orgel, nauwelijks groot genoeg voor de
ruimte maar met een voornaam geluid, zelfs zonder vrij pedaal.
Niemand zal op dat moment vermoed hebben dat, ondanks de geringe
betaalkracht van stad en kerk Kam toch een orgel maakte dat de toets der
kritiek ruimschoots doorstond. Zelfs het oude pijpwerk, van geheel ander
makelij en bestemd voor volstrekt andere orgels maakte hij tot een
orkestraal instrument, het geheel pleit voor het vakmanschap van orgelmaker
Kam.
Groot waren de overpeinzingen die gaandeweg ontstonden na de desastreuze
verbouwing in de zestiger jaren van de vorige eeuw; tijdens de grote
restauratie van de kerk tussen 1958 en 1961 is het orgel, inclusief het Tien
gebodenbord verhuisd naar de Oostwand; ‘de kerk moest dankzij de restauratie
vooral lichter worden!
Het orgel viel ten prooi aan de trendy van de tijd: de z.g. ‘Neo
Barokkisering’, zo werd dat genoemd, een onbaatzuchtig begrip waar veel
historische orgels aan ten prooi vielen. Daar waar het karakter van het
Catharijne-orgel al tweeslachtig was, werd het tussen 1961 en 1963 geheel
‘omgebouwd’ tot een orgel met een meer heldere/scherp klankidioom en nieuwe
registers uit de oude samengesteld. Men zou nu kunnen zeggen dat een z.g.
‘ethisch reveil’ tégen de verbouw op zijn plaats geweest zou zijn. Zonder
verder op technische zaken rond de vermeende verbouw uit de zestiger jaren
in te gaan kunnen we vaststellen dat in 1989 heel veel naar het beeld en
vervaardiging van W. H. Kam terug gerestaureerd is. De vermaakte registers
werden op hun plaats terug gebracht en de toegevoegde technische zaken uit
1963 ongedaan gemaakt; het orgel werd weer een beetje Kam’s orgel. Al weer
bepaalde de krappe geldwerving de status waarin het orgel werd hersteld. Men
zou nog tot september 2010 moeten wachten voordat echt 100% van het
instrument teruggebracht zou kunnen worden naar de geest van orgelmaker Kam!
Nu, in 2009 en 2010, is met de restauratiewetenschappen van deze tijd en de
uitstekende outillage van de orgelmakers en op basis van vergelijk en
historisch besef het orgel wis en waarachtig weer een Kam instrument, terug
gerestaureerd door orgelmakers, voor wie het meer dan een inspiratiebron was
om het restauratiewerk nauwgezet en met muzikale precisie te voltooien en
het Klassieke Hollandse karakter weer te doen herleven.
Het orgel heeft nog steeds de denkbeeldige uitstraling als moest er, toen
Kam het vervaardigde een z.g. Rugwerk voor gebouwd worden, de verhoogde
‘onderkas’ (dus geen kast!) toont deze optie geheel. Een Rugwerk,
waar de organist bijna letterlijk met de rug naar toe zit, wordt ook wel een
positief genoemd, een kleiner orgel vóór het grotere (hoofd)orgel. Het
positief is altijd voorzien van toonbepalende soloregisters die éénstemmig
gebruikt werden om de forse gemeentezang solistisch te begeleiden!
Vergelijkbare orgels in dito kerken zijn te vinden in o.a. Weesp en
Harderwijk.
Doch, ook zonder dit Rugwerk mogen we stellen dat het ‘Kam-orgel’ een
kathedrale toonuitstraling (terug) heeft. De stoere toonvorming, destijds
aangewend om de noeste gemeentezang van Brieles kerkgangers te ondersteunen,
de zang was, doorgaans lang, langzaam en hard, is dankzij de geheel nieuwe-
en naar orgelmaker Kam gestileerde windvoorziening krachtig genoeg om het
instrument vanuit iedere plaats en hoek van de kerk naar behoren te
beluisteren!
In het classicistisch Hollandse karakter van het instrument horen we een
diversiteit aan soorten geluid, van zeer donkere zware grondtonen tot
boventoonrijke glanzende stemmen, het geeft een zeer rijk palet aan
mogelijkheden voor de bespeler, om bij gelegenheden de juiste tonatie en
sfeer te bepalen..Vooral de draagkracht van de tonen zal de vaste
luisteraars van het orgel moeten opvallen. Het type orgelbouw, als het
Kam-orgel, geeft door specifieke registers al aan dat de orgelbouw half in
de 19e eeuw beïnvloed werd door de modieuze opkomst van de
symfonieorkesten, in heuse concertzalen, vanuit Frankrijk ook hier in
Amsterdam, ’s Gravenhage en Rotterdam. B.v. het werkelijk schitterend
gerestaureerde register, ‘Eoline’ is een waardige vertegenwoordiger
uit het symfonieorkest, vgl. het met een romantische hobo!
Alle 54 pijpen van deze Eoline, op iedere toets een pijp, zijn door
de orgelmaker van binnen, waar de toon ontstaat, belederd. Hierdoor is de
toon ronder- en romantischer geintoneerd, geheel volgens Kam zijn
orgelmakersfilosofie!
Vanuit de organist (bespeler) geredeneerd, zal hij/zij het authentieke
instrument weer moeten herontdekken; nu alle registers en andere onderdelen
met eigentijdse middelen optimaal zijn teruggebracht is het bespelen geen
zaak van: - ‘de oude draad weer oppakken en verder spelen!’ - integendeel,
de bespeler zal opnieuw al onderzoekend de juiste registraties moeten
ontdekken en meer vanuit het instrument keuzes maken in registraties, dus
welke registercombinaties horen bij welk soort orgelmuziek.
Een vreemde organist die hier een concert zal geven is niet voor niets een
lange dag werkzaam om het instrument te ondervinden zodat hij/zij de
compositie met de juiste registraties uitvoert.
De 21 registers van het tamelijk kleine Kam-orgel zijn zo fraai dat het
bijkans mogelijk is zelfs met slechts één register op zich te spelen! Kort
om, gezegd mag worden dat nu eindelijk, ook in Brielle de aloude volwaardige
orgelcultuur, betreft het instrument hervonden is, zodat zij ook met zo een
schitterend instrument vernieuwd mag worden.
De 21 sprekende registers zullen hun volwassen
toonspectrum in een glansrol de tijd doorstaan!
Willem Chr. Meyboom
organist, Sint Catharijnekerk
|