Kleuren van het kerkelijk jaar

Ons zonnejaar is onderverdeeld in seizoenen die elk hun eigen kenmerken hebben. Niet gauw zal iemand hartje winter denken dat het hoog zomer is. Ook in de kerk is het jaar verdeeld in verschillende periodes met elk hun bijzonderheden. Het kerkelijke jaar begint niet op 1 januari, maar met de eerste zondag van Advent, de vier weken van verwachting voorafgaand aan het kerstfeest. En zo loopt het van Kerst via de Veertigdagentijd naar Pasen, naar Pinksteren en weer naar Kerst. Het ritme dat door opvolging van feesten ontstond, is door de kerk in de loop der eeuwen verder vorm gegeven. Belangrijke gedeeltes uit de Bijbel worden steeds op een bepaalde zondag gelezen. Behalve door dit leesrooster, werd de gemeente ook geholpen door verschillende kleuren in haar gang door het kerkelijke jaar. Een bepaalde kleur hoort bij een bepaalde tijd van het kerkelijk jaar, zoals sneeuw hoort bij de winter en vrolijk zonlicht bij de zomer. Eén van deze kleuren is elke zondag zichtbaar, ook in onze kerk. Er hangt een kleed, het zogenaamde antependium, aan de preekstoel. Deze kleden wisselen van kleur. In het schema hieronder, de klok van de kerk, is af te lezen welke periode welke kleur draagt. Paars is een kleur die past bij inkeer, bezinning en rouw. Wit is een echte feestkleur. Rood doet denken aan het vuur, de vurigheid van de Heilige Geest. Groen, de kleur die het meest te zien is in de kerk, getuigt van hoop, groei en een nieuwe schepping. Zo helpen de kleuren ons bij het gedenken van de grote daden Gods, elke zondag opnieuw.